Heleen huilt nu niet meer. Ze ligt heel stil op het matrasje.
Als mama nou maar gauw komt, denkt ze.
Ze wil alleen nog maar naar huis. Gelukkig is haar moeder er al snel.
Als Heleen haar ziet, moet ze ineens weer huilen. Het is allemaal ook zo naar.
Mama knuffelt haar.

,,Wat een schrik hé, lieverd?” zegt ze.
,,Doet het nog altijd pijn? Probeer maar eens of je alweer kunt lopen.
Heleen probeert voorzichtig op te staan.
Maar het doet weer zo’n pijn. En haar been voelt zo raar.
,,Het wil echt niet,” zucht ze.
,,Dan moeten we even naar het ziekenhuis,” zegt haar moeder.
,,Nee,” huilt Heleen. ,,Ik wil niet naar het ziekenhuis.”
,,Het moet toch, meisje,” zegt mama. "In het ziekenhuis kunnen ze bekijken of er misschien een bot in je been is gebroken. Dat kan ik zo niet zien.”
Mama tilt Heleen op en draagt haar naar de auto. Voorzichtig zet ze haar op de achterbank.
,,We zijn er zo,” zegt mama.
Heleen huilt een beetje. Ze is bang voor het ziekenhuis.