Otto hangt onderuit op de bank in de huiskamer.
Het leven vindt hij waardeloos.
De hele dag naar school.
Daarna thuiszitten en zich vervelen, terwijl het buiten regent en stormt. 
Als je dan eindelijk televisie mag kijken, is er niks aan.
Aan de andere kant van de bank zit vader.
Hij zapt alle kanalen af. Altijd maar sneller.
Dan zucht hij en gooit de afstandsbediening op de bank.
Hij vist dan maar zijn krant op.
Maak een korte oefening over dit deeltje --->  |