Els en Bram zijn op weg naar de sloot. Die sloot ligt aan het einde van de woonwijk. Het is nog een flink eind lopen. Bram draagt een hengel over zijn schouder.
,,Die sloot zit vol snoeken,” zegt hij. ,,Zulke loebassen!”
Hij spreidt zijn armen wijd uit.
,,En die ga jij vangen?” vraagt Els. Bram knikt.

,,Je moet natuurlijk weten hoe je het moet doen. Snoeken vangen is moeilijk.
Je moet eerst kleine visjes vangen. Dan doe je zo’n visje aan de haak.
En daar komt een snoek op af. Die denkt een lekker hapje te hebben.
Maar dan heb ik hem aan de haak!”
Els kijkt Bram onder het lopen aan.

,,Meen je dat nu?” vraagt ze. ,,Doe jij zomaar een visje aan de haak? Dat is toch heel gemeen?”
Bram schudt zijn hoofd en lacht.
,,Niks hoor,” zegt hij. ,,Snoeken eten nu eenmaal kleine visjes.
Of ze nou aan mijn haak zitten of niet.”
Maak een oefening -->  |