,,Je hebt ze anders mooi zelf gekocht,” zei Fup.
,,Jij wilde zelf knipperlichtjes. Dat was levendiger, zei je. Gewone, stille lichtjes vond jij saai. Het moesten knipperlichtjes zijn, dat zei je zelf. En je kocht van die dingen die heel onverwacht aan en uit floepen.”
,,Verschrikkelijke lichtjes zijn het,” zei Lusje.
,,Ze gaan opeens knipperen.
Je denkt: er is iets mis, er is kortsluiting of er is iets gebeurd met de kerncentrale. Ze knipperen en knetteren en je schrikt je het apenzuur.
Je haren gaan er rechtop van staan.
Ze flitsen soms opeens als flitslampjes. Ik haat ze! Hoofdpijn krijg je ervan. Maagklachten, zere voeten...”