Werkwoorden: de ik-vorm, de hij-vorm en de noemvorm (of infinitief)


Hoekenwerk in de klas! Tof!
Lees deze zin!de ik-vormde hij-vormde noemvorm
Om 9 uur stipt moet elke leerling in de hoek!ik hij
Neen, niemand staat op straf...ik zij
Iedere leerling werkt dan per twee of drie aan een andere taak.ik hij
We vinden dat allemaal heel tof!ik hij
Je hoeft je beurt niet af te wachten.ik hij
Er klinkt wel nogal wat geroezemoes door de klas.ik hij
De juf noemt dat: mijn bezige bijtjes :)ik zij
Je kiest een andere hoek zodra er plaats is ik zij
Een lesuurtje vliegt zo om.ik hij