Werkwoorden: de ik-vorm, de hij-vorm en de noemvorm (of infinitief)
Opgepast! Werkwoorden waarvan de ik-vorm eindigt op een d of een t!
Lees deze zin!
de ik-vorm
de hij-vorm
de noemvorm
De jager schiet met hagel.
ik
hij
Hij doodt een haas of twee.
ik
hij
Thuis gekomen slacht hij één haasje.
ik
hij
" Ik braad dat lekker in de pan," denkt hij.
ik
hij
Het vet spat in het rond.
ik
hij
De jager laat nog enkele stukjes over voor morgen.
ik
hij
Nog even proeft hij van de lekkere saus.
ik
hij
Dan zet hij de braadpan in de kelder...
ik
hij
...en rust na een lange dag op de sofa.
ik
hij
kijk na
OK