Ziek
Oh, wat voel ik me ziek.
Als ik hoest, doet het pijn in mijn borst.
Mamma neemt de koorts op.
,,Jij blijft in bed,” zegt ze.
,,En ik bel eerst de arts op. Ik heb het liefst dat hij straks komt.”
Mijn bed staat dicht bij het raam.
Zo kan ik een groot stuk van de straat zien.
Het is herfst.

De struik voor mijn raam wordt al bruin.
Wat is het stil op straat.
Ik kijk naar een wolk die in de lucht drijft.
Hè, wat is dat voor een soort streep?
,,Mamma,” schreeuw ik.
Mamma stormt de trap op:
,,Wat is er? Ik schrik me wild.”
,,Kijk mamma, er vliegt een eend in de lucht. En daar, daar zie ik er zelfs drie.”
,,Zo hoort het toch ook in de herfst,” lacht mamma.
,,Hè, ik wou dat die arts kwam. Want ik moet nog naar de markt.”
Terwijl mamma praat, gaat de bel.
Het is de arts.
Hij ziet snel wat me scheelt.
,,Griep,” zegt hij.
,,Blijf nog maar een dag of twee in bed.”