Vul de juiste klank in - oefening 1

ou of au
Zij morst s s op haar m w.
eeuw of ieuw
Ik ben ben d of die l kan brullen.
ei of ij
Ben je op t d voor de tr n van zeven uur?
e of ee
Ga jij dit jaar tw maal naar z ?
u of uu
Ik moet k chen van dat stof in de l cht, zegt mijn b r.