Vormen van het werkwoord - oefening 1

Opdracht: vul het werkwoord in de juiste vorm in (tt)!
moeten
Mijn zus  vandaag niet naar school.
doen
Ik   mijn best in de klas.
zeggen
Vader  wat we vandaag zullen doen.
zien
Zonder bril   ik het verschil niet.
krijgen
Jullie   vandaag geen huiswerk.
blijven
  ik nog even spelen of moet ik naar huis?
denken
Die   dat hij alles mag.
zitten
Ik   hier al een hele tijd te wachten.
beginnen
Het   op mijin zenuwen te werken!
brengen
  Elsje dat boek dadelijk terug?