Vormen van het werkwoord - oefening 4
Opdracht: vul het werkwoord in de juiste vorm in (tt)!
vallen
Zusje
van de trap!
Ik
met mijn fiets op straat.
De kinderen
van de bank.
horen
Wij
zachte muziek.
Ik
de stem van papa.
Mams
voetstappen in de gang.
zoeken
Jij
zeker je nieuwe pen?
Ik
mijn schrift in de bank.
Wij
het juiste antwoord.
leggen
Kippen
bijna elke dag een ei.
Moeder
geld klaar voor de bakker.
Ik
mijn schrift op tafel.
verdwalen
De scouts
vast niet in het bos.
Liesje
misschien in de speeltuin?
Ik blijf bij mama, dan
ik zeker niet!
Antwoord controleren
OK