Vormen van het werkwoord - oefening 1

Opdracht: vul het werkwoord in de juiste vorm in (tt)!
houdenJe het niet voor mogelijk!
leidenDe leraar zijn klas met stevige hand.
rustenDe vermoeide reizigers even uit.
toejuichenMet veel lawaai Els en Jan de toneelspelers .
vermijdenDe bestuurder best de drukke autoweg
vindenWat je van het voorstel dat we gedaan hebben?
grazenBea, de bonte koe, de hele dag aan één stuk door.
aankleden je eens wat vlugger !
antwoordenWie zonder zijn vinger op te steken?
zuchten"Eindelijk klaar!", de kinderen.