Vormen van het werkwoord - oefening 2

Opdracht: vul het werkwoord in de juiste vorm in (tt)!
houdenEen trein niet in elke gemeente halt.
verkopen hij dat voor zo'n lage prijs?
gebeurenHet zelden dat hij zo'n kans mist.
worden jij vandaag niet elf jaar?
verwachtenVandaag hij geen nieuws meer.
hebben jij dat dan nooit geweten?
leidenDe winnaar van de superlotto een heerlijk leventje.
duikenIk maar eens even in mijn wiskundeboek voor die toets.
verzettenDe misdadiger zich flink tegen zijn arrestatie.
spelenDeze muzikant nog maar even in dit orkest