Vormen van het werkwoord - oefening 3
Opdracht: vul het werkwoord in de juiste vorm in tt en daarna in vt
vliegen
De dag
vlug voorbij
De dag
vlug voorbij.
landen
Het vliegtuig
op Zaventem.
Het vliegtuig
op Zaventem.
brengt
De koning
ons een bezoek.
De koning
ons een bezoek.
hebben
We
veel pech vandaag.
We
veel pech vandaag.
horen
Ik
vreemde geluiden in die kast.
Ik
vreemde geluiden in die kast.
antwoorden
Hij
veel te vlug.
Hij
veel te vlug.
brengen
Soms
ze bloemen mee.
Soms
ze bloemen mee.
geloven
jij nog in sprookjes?
jij toen nog in sprookjes?
juichen
"Goal!"
de supporters in koor.
"Goal!"
de supporters in koor.
worden
Het
tijd dat je naar bed gaat.
Het
tijd dat je naar bed ging.
Antwoord controleren
OK