Vormen van het werkwoord oefenen (6)

Vul in!
welke vorm ..
verdienen
 
ik-vormIk veel geld.
jij-vormJij veel geld.
wij-vormWij veel geld
beschuldigen
 
ik-vormIk mijn buurman van diefstal.
jij-vormJij buurman van diefstal.
wij-vormWij buurman van diefstal.
respecteren
 
ik-vormIk die overeenkomst niet!
jij-vormJij die overeenkomst niet!
wij-vormWij die overeenkomst niet!
staan
 
ik-vormIk in het midden van de kring.
jij-vormJij in het midden van de kring.
wij-vormWij in het midden van de kring.
luiden
 
ik-vormElke avond ikde klokken.
jij-vormElke avond jijde klokken.
wij-vormElke avond wijde klokken.
kijk goed na!