Werkwoordvormen: de ik-vorm of stam oefening 1
Lees deze zin!
de noem-vorm
de ik-vorm of stam
Joeri fietst door heel België.
ik
Wij voelen al enkele regendruppels.
ik
Ik speel graag met vrienden uit de buurt.
ik
De trein stopt in het Centraal Station.
ik
Deze plant groeit zeer traag.
ik
Kijk na
OK