Werkwoordvormen: de ik-vorm of stam oefening 3

Lees deze zin!
de noem-vorm
de ik-vorm of stam
Hij spaart al maanden voor een fiets.
ik
Jij leent wel vaak geld van moeder.
ik
Elsje haalt haar broertje uit school.
ik
De ruit breekt door de stormwind.
ik
Bijt de hond in zijn been?
ik