Werkwoordvormen: de ik-vorm of stam oefening 4

Lees deze zin!
de noem-vorm
de ik-vorm of stam
Jelle vindt zijn pen niet meer.
ik
Word jij later een filmster?
ik
Ik schud van het lachen.
ik
Het huis brandt als een fakkel.
ik
Ik zit altijd op de eerste rij.
ik